Markant

Markant

Als tekstschrijver kom ik heel wat mensen tegen die een bijzonder verhaal te vertellen hebben. Hoe inspirerend is het daarover te schrijven! Ik hou van mensen, en ik hou van hun verhalen. Op mijn website dus een plek voor de juweeltjes die ik mag verwoorden. Markante mensen met ieder een eigen verhaal. Kent u zo’n markant persoon? Laat het me weten!

Over moeders, dochters en grenzen

Fictieve biografie Marion Teixeira

Er is niets zo ingewikkeld als familierelaties, dat blijkt maar weer uit het boek Voltooid Verleden Tijd van Marion Teixeira uit Hulst. Met de nodige humor bespreekt ze zowel de hartverscheurende als de hartverwarmende kanten van de familieband en haar eigen ontwikkeling. „Het gedeelte over mijn moeder is autobiografisch”, vertelt Marion over haar in paperback gebonden boek, uitgegeven door uitgeverij Aspekt. „Daar gaat het voor het grootste deel over. Maar het boek is niet helemaal autobiografisch, ik heb hier en daar dingen veranderd.”

Het verhaal

Marions moeder was psychiatrisch patiënt en haar vader stierf op jonge leeftijd. Dit zorgde ervoor dat Marion al vroeg zelfredzaam was. Op het moment dat zij begin jaren zeventig in Den Haag als tiener de deur gewezen werd, wist ze haar hachje te redden tussen de hippies. Hier maakte ze natuurlijk van alles mee. „Vriendjes van vroeger vragen me nu ‘Sta ik erin?’”, lacht ze. Daar heeft ze wel een antwoord op: „Koop het maar, dan zul je het zien.” Eind jaren zeventig kwam Marion wegens woningnood naar Zeeuws-Vlaanderen. Hier groeiden haar eigen kinderen op. In Voltooid Verleden Tijd gaat Marion ook in op de warme, liefdevolle relatie met haar dochter. „Ik wilde laten zien hoe generatie op generatie de verhoudingen liggen binnen de vrouwelijke lijn. Uiteindelijk gaat het in moeder-dochterrelaties om grenzen aangeven. Mijn leven en mijn relatie met mijn moeder heeft mij inzichten gebracht en sterk gemaakt. Mijn moeder legde een enorme druk op mij om voor haar te zorgen en was daarin heel manipulerend. Ik heb geleerd om grenzen aan te geven. Het is aan de vrouw zich bewust te worden van eigen grenzen en deze aan te geven. Dat is de reden waarom ik dit boek heb uitgegeven. Ik kan niet de enige zijn die dit ervaart.” Dat blijkt wel uit de reacties die Marion nu al krijgt van lezeressen. „Ik krijg soms hele verhalen via Messenger van vrouwen. Nou, daar is mijn verhaal niks bij. Het doet goed te zien dat deze vrouwen zich in mijn verhaal herkennen en er steun aan hebben.”

Rust

Het proces dat Marion doorliep, heeft haar behalve inzicht en kracht ook rust gebracht. „Ik ben heel lang boos geweest op mijn moeder. Toen zij eindelijk blijvend werd opgenomen vroeg ik me vaak af waarom ik voor haar zorgde. Ik wilde mijn plicht als dochter doen, voor mezelf. Uiteindelijk voelde ik dat ik alleen nog maar het beste voor haar wilde. Ik kon met mildheid naar haar kijken. Het verleden werd voltooid verleden tijd.” www.uitgeverijaspekt.nl, bol.com

Geschreven voor het Zeeuwsch Vlaams Advertentieblad, gepubliceerd 20 november 2023: ZVA Voltooid Verleden Tijd

Stevig werk, dat nieuwe album van Imprisoned in Flesh

Het zijn vijf vriendelijke, vrolijke en ogenschijnlijk vrij rustige jongens. Zo komen ze toch over als ze hun verhaal vertellen over hun band en nieuwe cd. Maar stille wateren, diepe gronden zegt men. Hun lange haar en zwarte t-shirts verraden het een beetje: deze sympathieke Zeeuws-Vlaamse heren zijn echte deathmetaldie-hards. Zo echt, dat ze deze muziek die letterlijk horror, dood, pijn en maatschappelijke wantoestanden uitschreeuwt zelf maken. En dat doen ze niet onverdienstelijk.

Ze noemen zich ‘Imprisoned in Flesh’ „omdat dat zo lekker bekt” en spelen sinds 2011 samen. De eerste sporen van de band zijn terug te voeren naar 2008, toen de eerste nummers in concept zijn gemaakt. Zanger Martijn van den Beukel, gitaristen Benjamin Moll en Laurens de Rooij, bassist Sam Kunst en drummer Wouter Nuytinck uit Breskens, Groede en Oostburg kennen elkaar al lange tijd. „Ik ken Wouter al van kleins af aan”, begint Laurens te vertellen. „Wij maakten altijd al muziek samen. Later kwam Sam erbij en daarna Benjamin en Martijn. We zijn begonnen met punk en metal. Op een gegeven moment hebben we besloten een deathmetalband te beginnen.” „In het begin speelden we nummers van andere bands”, voegt Sam toe.

Martijn, Benjamin, Laurens, Wouter en Sam geven met deathmetal hun beschouwing op de wereld

Hun muziek maken ze sinds twee jaar in de oefenruimte in de tuin van Sam in Oostburg. Die is uiteraard voorzien van geluidsisolatie. „We zijn in Breskens begonnen, in de soos. Daarna hebben we een hele tijd in de garage van Laurens’ ouders in Oostburg gespeeld”, aldus Martijn. Laurens vult aan: „Daar kwamen we op een gegeven moment tot de conclusie dat mijn ouders wel een beetje klaar waren met de herrie en hun garage terug wilden als garage.” Aangezien het ook wel beter was voor de enkelsteense muren die wekelijks forse krachten te verduren hadden, verhuisde de band naar een ‘echte’ oefenruimte in de Leutfabriek in Sas van Gent. Hiervan mochten ze van een andere deathmetalband gebruikmaken. Maar dat was toch wel een eindje rijden, en opbouwen en afbreken kostte nogal wat tijd. Het schuurtje bij Sams nieuwe woonhuis bleek een goede oplossing. Klein, maar net groot genoeg om met z’n vijven te jammen. En hun vriendschap te vieren met een biertje.

Deathmetaldie-hards

De liefde voor deathmetal is bij alle vijf ontstaan in de pubertijd. „Deathmetal, daar moet je een beetje ín groeien”, verklaart Benjamin. „Het is het geluid wat deathmetal maakt. Hoe meer je het luistert, hoe meer je gaat verstaan.” Sam: „Deathmetal is tegenwoordig zo breed met zoveel substromingen, het is bijna een muziekwereld op zich.” De muziek van Imprisoned in flesh is het best te omschrijven als oldschool deathmetal. De mannen zijn geïnspireerd door de eerste golf deathmetalbands van eind jaren ’80 en begin jaren ’90, zoals Carcass, Death en Morbid Angel. Martijn schrijft de teksten. „Onze muziek past bij de thema’s die we aansnijden. Voor mij als zanger is dat een goede uitlaatklep. Heb ik een onderwerp gespot, dan verdiep ik me erin. Het is interessant hoeveel oorlogen in de wereld niet onder de aandacht worden gebracht, gewoon omdat ze er voor de westerse wereld niet toe doen.” Laurens: „in onze muziek is een lijn te zien dat mensen niet zo netjes met elkaar en de wereld omgaan. Veel bands zingen over fantasiehorror, wij kiezen ervoor om reallifehorror te gebruiken. Een beschouwende blik in plaats van het verkondigen van een mening.” Sam noemt de onderwerpen: „Kindsoldaten, de vernietiging van de mensheid, milieurampen, de consumptiecultuur.”

„Deathmetal is een afwijking waar je niet van afkomt”

Al deze onheil en verdoemenis, daar zou je niet vrolijk van worden. Toch ervaren de bandleden dit anders. „Deathmetal is slimme muziek”, legt Sam uit. „Het wordt vergeleken met klassieke muziek, een nummer heeft een kop en een staart. De complexiteit is een echte uitdaging.” Over klassieke muziek gesproken, voor Wouter, die zelf ook hiernaar luistert, spreekt de vrijheid aan. „Je zit niet echt vast aan regeltjes in deze muziek. Je hebt de vrijheid qua dynamiek en tempowisselingen.”

Nieuw album

1 november is het nieuwe, vierde album ‘From Arrogance to Extinction’ uitgekomen. Deze ep, waarvan een gelimiteerd aantal fysieke exemplaren verschijnt, bestaat uit 5 nummers en duurt een goed half uur. „Een hele cd met 10, 11 nummers is met de online toegankelijkheid van tegenwoordig een beetje dood”, aldus Laurens. „Mensen hebben de aandachtspanne niet meer om een hele cd met 10, 11 nummers door te luisteren.” Op 17 december laat Imprisoned in Flesh, die ondertussen bekend is in heel Zeeland en bij onze zuiderburen, hun werk horen in Den Engel in Terneuzen, 18 maart in muziekcafé Elpee in Deinze en 25 maart in De Pit, Terneuzen. Erbij zijn? Volg Imprisoned in Flesh op Instagram en Facebook. Luisteren naar hun werk doe je op Spotify.

Dit is de uitgebreide versie van het artikel dat in opdracht van het Zeeuwsch Vlaams Advertentieblad van 3 november 2022 is verschenen.

100 jaar terug in de geschiedenis van Sluis

Dankzij twee meesterminiatuurbouwers

Op donderdag 8 september voltrok burgemeester van Gemeente Sluis Marga Vermue de officiële opening van het diorama van Sluis. Deze driedemensionale kijkkast laat waarheidsgetrouw een stukje van het oude Sluis uit de periode 1920-1930 zien en is gratis te bewonderen in de ontvangstruimte van het Belfort.

V.l.n.r. Ceriel, Lilian en Lex met burgemeester van Sluis Marga Vermue tijdens de officiële opening van het diorama van Sluis

Ze hebben er drie jaar hun ziel en zaligheid in gelegd: modelbouwers Jan van Mourik en Lex Hoogesteger hebben tot in het piepkleinste detail de haven en de kaai met het douanekantoor, de tram, het station, een restaurant en café op schaal nagebootst. Al wonen ze dan in Bergen op Zoom, vooral Lex voelt zich dankzij zijn echtgenote Lilian met Zeeuws-Vlaanderen verbonden. „Ik ben in Retranchement geboren en heb in Sluis mijn kinderjaren doorgebracht. De band met Sluis heb ik altijd blijven houden”, legt Lilian uit. „We kennen hier ontzettend veel mensen. Mijn man is helemaal gek van Zeeuws-Vlaanderen. Hij is eerst verliefd op mij geworden en toen op Zeeuws-Vlaanderen”, lacht ze.

En zo kwam het diorama tot stand

Waren het voorheen fantasieprojecten, het diorama van Sluis geeft het stukje haven en kade van Sluis exact weer zoals het in die tijd was. Om dat te weten is heel wat nazoekwerk verricht. Grote bron van informatie vormde vriend van Lex en Lilian en afgevaardigde PR Sluis promotie Ceriel Maenhout, verzamelaar van oude ansichtkaarten en boeken. In het boek ‘Sluis, zo was het…’ merkte hij een afbeelding van het oude douanekantoor op, het enige gebouw uit die tijd dat nog steeds bestaat. Hij vroeg zijn vriend Lex of hij dit op schaal na kon bouwen. „Lex zei ‘dat wil ik wel proberen’. Hij praatte er met zijn vriend Jan over. En van het een kwam het ander”, vertelt Lilian, echtgenote van Lex. „Ze vonden het zo leuk, ze zijn zich er steeds meer in gaan verdiepen.” Het boek bleek een compleet beeld te geven van het oude Sluis. „We hebben ook nog wel enkele fotokaarten gebruikt, maar dit was het kookboek”, aldus Ceriel.

Een stukje van het diorama

Om het stukje Sluis aan de haven goed weer te geven moesten Jan en Lex zelf alles bouwen. Dat was toch heel wat anders dan de kant-en-klaarhuisjes van de modelbouwbeurs. „Alles is handgemaakt, van restanten, karton en geplastificeerde dunne plaat”, aldus Lex. Lilian noemt wat voorbeelden van de creativiteit van de heren. „Dit was niet te koop. Die bieten op die kar bijvoorbeeld. Lex heeft hiervoor een hele middag met een pincet de witte bolletjes uit vogelvoer op een krant gehaald.” Ze laat trots een map zien waarin het hele bouwverloop is bijgehouden. „Dit is het werkboek”, verklaart ze. „Die tram hier bijvoorbeeld, dat waren allemaal stukjes. Die zijn allemaal genummerd. Moet je helemaal in elkaar zetten.” De uren die eraan zijn gewerkt zijn niet bijgehouden. „Ze kwamen op woensdagmiddag bij elkaar, en namen dan werk mee naar huis. Hij was er vaak mee bezig.”

Het diorama van Sluis, gemaakt door Jan van Mourik en Lex Hoogesteger

Wat je noemt een meesterwerk

In het diorama staat de muziekkapel van Sluis, Apollo, samen met de burgemeester en toeschouwers klaar om Sinterklaas op de boot te verwelkomen. „Je moet eens naar dat vaandel kijken”, zegt Lex trots. „Het vaandel hebben we van internet gehaald, verkleind, verkleind en verkleind, totdat we precies het juiste formaat hadden. Leg je het nu onder een loep, dan zie je het echte vaandel. Zo ook dit schilderij van de kunstschilder die hier zit. Ook dat hebben we van internet gehaald en helemaal verkleind.” Alle taferelen in het diorama hebben hun eigen verhaal. Lex vertelt in geuren en kleuren over wie er aan de drie bureaus zaten in het douanekantoor, de stoomtram van Breskens naar Maldegem en hoe de boot Johanna Jacoba uit Sluis geladen werd met graan. In de geschiedenisles van kinderen op de basisschool zou het diorama mooi gebruikt kunnen worden om ze van alles te vertellen over die tijd, vindt Lex. Hij hoopt dan ook dat schoolkinderen het diorama komen bezoeken. Tenslotte is het goed te weten waar we vandaan komen en waarom we zijn geworden wie we zijn. „Ik zou zeggen, vertel het door”, zegt hij enthousiast. „Dit moeten ze gezien hebben”. En daar bedoelt hij vast niet alleen de kinderen mee.

Het diorama van Sluis is tot en met 1 november gratis te bezichtigen in de ontvangstruimte van het museum van het Belfort in Sluis. Verbaas je over de minieme details en waan je je honderd jaar terug in de tijd. De trein rijdt, en ook de straatlantaarns, waar 2 jaar naar is gezocht, doen het, net als de binnenverlichting in de gebouwen. Hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet. Heb jij het waterende mannetje al gespot? En de schilderijtjes in het douanehuis?

De verkorte versie van dit artikel is gepubliceerd in het Zeeuwsch Vlaams Advertentieblad van 14 september 2022.

Geen honing zonder werk, en geen werk zonder honing

Voorzichtig tilt ze langzaam het ratenraam uit de bijenkast, terwijl de fluweelachtige insecten om haar wijselijk in handschoenen verpakte handen heen zoemen. We hebben geluk: de bijenkoningin blijkt toevallig net op dit raam te zitten. Nou ja, zitten; ze beweegt zich voort tussen een ontelbaar aantal om haar heen krioelende werkbijen en darren (mannetjesbijen). In de bijenkast draait alles letterlijk en figuurlijk om haar. Om haar en haar volk in leven te houden maken de bijen honing. En die lusten wij ook wel!

Anne-Marie de Kok uit Nieuwvliet werd drie jaar geleden imker. “Ik zat hier in de tuin en zag een heleboel bijen vliegen rondom de houten aftimmering van ons dak. Het bleken speurbijen die op zoek waren naar een geschikte nestplek. Ik ben erover gaan lezen, want ik vond het interessant. Toen in september een imkerscursus van de imkervereniging Oostburg startte in Hoofdplaat ben ik die gaan volgen.” Een leuk toeval dat ze hierdoor in contact kwam met een leraar van haar lagereschooltijd. Hij zorgde voor haar eerste bijenvolken.

Anne-Marie checkt in imkersuitrusting waar de koningin zich bevindt

Momenteel heeft Anne-Marie vijf bijenkasten in haar tuin. Daar is ze het jaar rond mee bezig. In de winter onderhoudt ze haar materiaal en zet ze de raatramen in elkaar die in het zomerseizoen door de koningin belegd worden met eitjes en door de werkbijen gevuld worden met nectar en stuifmeel. De kasten zelf laat ze in de periode vanaf half september met rust. “Elk voorjaar is het spannend wat er nog over is van de bijenvolken”, vertelt ze. Bijen zijn kwetsbaar en het komt nogal eens voor dat een volk de winter niet overleeft. “Er moet genoeg honing in de kast achterblijven, zo’n tien, twaalf kilo.” Anne-Marie heeft er bewust voor gekozen de kast af te dekken met een glasplaat. “Bijen kunnen niet tegen kou. We openen in de lente de kasten pas als het buiten boven vijftien graden is. Met een glasplaat kun je in de winter toch even onder de deksel spieken om een idee te hebben hoe het ervoor staat.” In de zomerperiode controleert Anne-Marie wekelijks de kasten, vult ze ramen aan en houdt ze nauwlettend alle bewegingen van de bijen in de gaten. Gaan de bijen onverhoopt zwermen, dan is ze er direct bij om ze te vangen. Er kan twee keer geoogst worden: na de voorjaarsbloei en aan het eind van de zomer.

Voor Anne-Marie blijft imkeren een hobby. “Ik ben gefascineerd door die beestjes. Ik heb niet het doel om twintig kasten neer te zetten. De balans in het ecosysteem moet met mijn kasten niet verstoord worden. Het is niet de bedoeling dat mijn honingbijen de wilde bijen verjagen.” Wat vindt ze zo leuk aan het houden van bijen? “Het complexe van zo’n volk, te zien hoe die bijen allemaal samenwerken, dat vind ik mooi. De voldoening als het lukt er op tijd bij te zijn als de bijen willen gaan zwermen. En iets oogsten recht uit de natuur.”

Hobby. Of in het Zeeuws-Vlaams: hob-bie

De honing oogsten is nog een heel karwei. De honingramen worden met beleid uit de kast gehaald. Dat speciale imkerspak is dan helemaal nodig! Na het verwijderen van de wasdekseltjes waarmee de bijen de rijpe honing hebben afgedekt, slingert Anne-Marie de honing met de honingslinger uit de raten. Dan wordt de honing nog een paar keer gezeefd. Anne-Marie heeft dit voorjaar 20 kilo honing geoogst. Wat deze zomer brengt, daar moeten we nog een paar maanden op wachten.

Honing is een echte superfood die heilzaam is voor je weerstand en allergische reacties op pollen kan verminderen. Daarvoor moet je dan wel naar de lokale imker, want die honing bevat pollen en bacteriën uit jouw leefomgeving. Imkershoning wordt niet verhit, zoals wel vaak het geval is met honing uit de supermarkt. De bouwstoffen in honing verdwijnen als deze hoger dan veertig graden verhit wordt. Laat je thee, havermoutpap of andere warme gerecht of drankje dus eerst even afkoelen voor je er echte imkershoning in doet!

Gepubliceerd in Via Vivo Magazine, editie 40, juli 2022

Max van Rijs alias MAX HORÁK

Muzikant in notendop

Als klein jongetje zong hij al keihard mee met de radio in de auto. Met veel verve solerend op zijn luchtgitaar was hij toen al een echte artiest. Max van Rijs uit het Zeeuws-Vlaamse plaatsje Zuiddorpe is een en al muziek.

Helemaal niet vreemd dat hij in 2018 besloot gitaar te gaan studeren aan het conservatorium in Rotterdam. Gitaar speelt hij van jongs af aan. Met elkaar muziek maken is nog leuker dan alleen, en vanaf 2015 speelde hij in de poprockband The Brightt. De band bleek talentvol en viel al snel in de prijzen. Bijna een jaar is de band intensief gecoacht door Xander Vrienten, zoon van Doe Maar-zanger Henny Vrienten en bassist van de Nederlandse band Jett Rebel.

En toen vlogen de bandleden uit. Voor studie, voor werk. Max wilde naar het conservatorium, maar was onzeker. „Als je twijfelt, moet je het niet doen,” zei zijn vader tegen hem, „want er is geen plaats voor twijfelaars in de muziek.” Dat trok Max over de streep. Hij zou wel eens bewijzen dat er voor hem plaats was in de muziek! Nam niet weg dat het even flink wennen was, daar in de grote stad. „Ik voelde me ergens een verdwaalde Zeeuw in Rotterdam”, blikt hij terug.

Een schop onder je kont

In de Grote Stad vond Max zijn levensdoel: zijn eigen muziek schrijven en produceren. Op 24 februari 2021 bracht hij zijn eerste single uit met de titel ‘Find Another’ onder zijn artiestennaam Max Horák, onderdeel van de debuut EP ‘Friday Night’. Een energiek nummer met een vette gitaarsolo en een melodie die in je hoofd blijft hangen, en een tekst die je een zetje geeft als je je even ontmoedigd bent. „’Find Another’ gaat over onafhankelijkheid”, legt Max uit. „Als iemand in je weg staat hoef je je daar niet door te laten beïnvloeden. Je hoeft je niet teveel te laten leiden door de mening van anderen. Het is een aanmoedigende song als je het even niet meer weet. Een schop onder je kont, een energieboost.”

De inspiratie voor zijn songteksten komen uit het dagelijkse leven, met alle onzekerheden en struggles die daarin voorkomen inbegrepen. De onderwerpen in de songteksten zijn dus voor iedereen herkenbaar. „Als muzikant wil je je verhaal overdragen. Het is misschien niet ieders smaak, maar het is de muziek die ik wil maken. Muziek heeft urgentie voor mij. Ik wil er mensen mee bereiken die er wat aan hebben, die mijn muziek ervaren als ‘dit is nu net wat ik nodig had’.” Max spreekt gepassioneerd over zijn vak. „Als je iets doet, moet je het goed doen. Het is zo leuk om iets te doen waar je zin in hebt. Dat is ook wel wat entertainment is. Kijk je naar een serie of een film en denk je nog dagen ’wat ik nu toch heb gezien’, dan raak je mensen. Dat hoop ik met mijn muziek ook te doen. Als mensen iets aan mijn muziek hebben, dan is dat fijn.”

„Het leven is kort: doe wat je doet goed.”

Het vroegtijdig overlijden van zijn vader heeft Max zich doen realiseren dat het leven kort is. „Ik ben mij ervan bewust dat muziek mijn roeping is. Nu ook in de huidige coronatijd is het mij zo duidelijk geworden waarom ik die urgentie voel. Iedereen snakt naar entertainment, iedereen wil weer op een festival staan. Mensen zoeken een steuntje in de rug met muziek. Ik wil er echt het beste van maken, zodat mijn muziek motivatie en energie geeft. Je doet het voor anderen, en iedereen is belangrijk in het plaatje.” Grote droom is mainstage op de grote festivals als Pinkpop en Lowlands, en wie weet bekendheid in het buitenland. „Maar eerst mijn olievlekje hier in Nederland verspreiden,” lacht Max.

Foto: Sander Coers

MAX HORÁK staat voor energieke gitaarpop met indievibes, pop ‘met een randje’, geïnspireerd door onder andere Jett Rebel, John Mayer en Lucas Hamming. Muziek waarbij je vanzelf gaat bewegen en die zich uitstekend leent voor live optredens. De nummers op de EP ‘Friday Night’ schreef Max samen met zijn partner Philippine en hij werkte samen met Hartman en Xander Vrienten. De naam Horák is de achternaam van de opa van Max, die destijds naar Nederland is gevlucht. „Ik heb de creatieve kant meegekregen van mijn vader, maar ook veel eigenschappen van mijn moeder. De laatste jaren heb ik veel tijd met haar doorgebracht. Misschien is het gebruik van haar achternaam een klein eerbetoon aan haar.”

Website: www.maxhorak.com
Instagram: maxhorak_official
Facebook: maxhorakmusic
Single ‘Find Another’: Spotify

 

Lammetjes in de winterstal

Een nacht in januari. Overal is het donker en stil in de Westdorpse polder, maar niet in de gepotdekselde Zeeuwse schuur op het Hof van Autriche. Daar is de lamp aan en is volop leven. Nieuw leven, want er worden lammetjes geboren!

Saskia Bezemer is erbij, bij elke bevalling van haar Hampshire Down fokooien. Ook midden in de nacht of heel vroeg in de ochtend. Dat gebeurt nogal eens, dus van goed doorslapen is van half december tot begin februari geen sprake. De camera naast haar bed wordt goed in de gaten gehouden om elk kleinste teken van een beginnende bevalling op te merken. Het blijft elk jaar weer spannend, deze aflammerperiode. Gaat het allemaal zoals het moet? Wat “komt eruit”, een meest gewenst ooilam of een ramlam? Best vermoeiend, die gebroken nachten, maar wat een ervaring elke keer weer! De bevalling zelf, maar ook de voorbereidingen, de pasgeboren lammetjes helpen de speen van de uier te vinden en te zien slapen onder de rode lamp, de fles te geven en ze te zien spelen met elkaar. Geen enkel jaar, geen enkele bevalling is hetzelfde.

De fok

Er lopen zo’n vijftig ooien op het Hof van Autriche, waarvan er 35 drachtig zijn. Dat betekent vijftig à zestig nieuwe lammetjes. Best druk in de stal! Gelukkig is de schuur groot en hebben ze de ruimte. De schapen komen een kleine twee weken voor het aflammeren naar binnen en in april mogen ze naar buiten. Het grootste deel van het jaar lopen ze rond de boerderij in de weides, de ooien apart van de rammen. De paar rammen die er lopen zijn voor de fok. Fokken is een vak apart, je moet er feeling voor hebben en dan is het nog afwachten. Zoals Saskia ooit hoorde van een fokker: “Fokken is een beetje geluk en een beetje wijsheid”. Dat beaamt ze volledig. “Je kunt een hartstikke mooie ram hebben, maar dat wil nog niet zeggen dat hij het juiste doorgeeft. En dan is het ook de vraag of de combinatie met de ooi klopt”, legt ze uit. Saskia heeft er, om het met haar eigen woorden te zeggen, liefhebberij in om het perfecte schaap te fokken. “Ik ben echt een fokker. Dat is wel echt een passie.” Fokken gebeurt naar de richtlijnen en gezondheidsprogramma’s van het stamboek van de Hampshire Downs. Saskia gaat al sinds 2007 een of twee keer per jaar naar keuringen. “Wij wonen hier in een uithoek dus het is wel nodig. Mensen moeten weten wat ze kopen. Het is wel een hoop werk hoor, de schapen moeten ervoor klaargemaakt worden, je moet ernaartoe en het is altijd ver weg.” Het is het waard, want Saskia’s schapen vallen altijd in de prijzen.

Foto: Henk Riswick/vakblad Het Schaap

Saskia’s ooien zijn door acht verschillende rammen gedekt. Vier rammen zijn Engelse toprammen. Voor de dekkingen van deze rammen heeft Saskia kunstmatige inseminatie toegepast, wat in Engeland heel gebruikelijk is. De ramlammeren die hieruit voortkomen houdt ze aan. “Nieuw bloed, dat is goed voor de foklijn.” Om de kosten van de schapenfokkerij te dekken worden lammeren die Saskia niet in wil zetten voor de fok verkocht aan andere fokkers en mensen die voor de hobby schapen houden, of ze gaan naar de slacht voor het vlees, uitsluitend voor particulieren. De lammeren van dit ras groeien enorm snel. Worden ze in de winter geboren, dan is ze vroeg op de markt. De winter is voor Saskia ook de beste tijd omdat hun boerderijcamping dan gesloten is.

Schapen fokken in Zeeuws-Vlaanderen

Hoe komt een Brabantse landbouweconoom die een goede baan had in Wageningen erbij om schapen te gaan fokken in Zeeuws-Vlaanderen? “Wij hadden paarden, en voor de paardenwei zijn een paar schapen heel nuttig. Die paar waren er al heel snel twintig. Wij wilden graag zelf iets gaan ondernemen maar hadden geen uitbreidingsmogelijkheden in Brabant. Zo zijn we hier terechtgekomen en hebben we de schapenfokkerij en de boerderijcamping opgestart. Als Brabander in Zeeuws-Vlaanderen, dat bourgondische past goed bij elkaar. Ik heb de deur daar dichtgetrokken en nooit spijt gehad.”

 

Gepubliceerd in Via Vivo Magazine, editie 23

Twee broers, twee dierenartsen

Als jongetjes reden ze mee met opa en papa op visite door heel Zeeuws-Vlaanderen. Thuis liepen ze de dierenkliniek aan huis in en uit. Het dierenartsenberoep is bij Mark (54) en Frank (52) van de Vijver uit IJzendijke duidelijk met de paplepel ingegoten.

Het begon al met hun overgrootopa. Die was behalve boer ook ‘paardenmeester’: iemand met verstand van paarden. “Hij had er zicht op”, vertelt Frank. “Hij heeft de liefde voor paarden en voor de natuur overgebracht.” Zijn zoon Pol, vader van Frank en Mark, werd veearts en was een vooruitstrevend dierenarts. “Ik ben vooral geraakt door de liefde waarmee mijn vader het deed”, zegt Frank met warmte in zijn stem. Toch was Frank in eerste instantie niet van plan in zijn voetstappen te treden. “Ik wilde iets anders, maar ik wist niet wat. Het bleek dat ik wel dierenarts wilde worden”, grinnikt hij. Voor zijn twee jaar oudere broer Mark was die keuze niet moeilijk. “Ik heb het vak heel goed leren kennen door mijn ouders. Ik oriënteerde me ook wel verder, maar dierenarts vond ik het mooist om te doen. Je proeft ervan als kind, je rijdt mee, je loopt mee, je helpt mee; dit was iets wat ik ook graag wilde doen. Ik vond het altijd heel leuk om mee gaan met mijn opa en ondertussen ook van de streek te genieten. Dat zijn dingen die je heel helder bijblijven, ook al is het lang geleden.”

Van hun keuze hebben ze geen spijt. Beide broers houden van hun werk. “Het is een heel mooi vak met veel afwisseling”, verklaart Mark. “Het allermooiste vind ik de geboortes. Geboortes zijn het wonder van het leven, een soort mirakeltje.” De combinatie dier en mens, dat spreekt Frank aan. “Als ik een dier help, dan help ik ook een mens. Een mens die iets met dieren heeft. Je deelt een gemeenschappelijke basis. De variatie in het beroep vind ik mooi. Wat ontzettend leuk is, ik rijd veel buiten rond. Je ziet de wisselingen van de seizoenen, je ziet de boeren aan het werk. Ik houd enorm van deze streek. Je kent veel mensen, je wordt er rijker van. In de loop der jaren zie je dingen veranderen, verbeteren. Hoe ouder je wordt, hoe meer je dingen gaat waarderen. Het is allemaal niet vanzelfsprekend.” Frank heeft na zijn studie diergeneeskunde eerst enkele jaren elders ervaring opgedaan in het vak voor hij zich aansloot bij zijn vader Pol, oom Karel, en broer Mark in de familiedierenartsenpraktijk. De broers vinden het allebei een mooi iets om met familie te werken. “Je kent elkaar al goed”, verklaart Mark. Frank vult aan: “Onze familie bestaat uit hele leuke mensen die altijd bereid zijn een stapje extra te doen.” Mark: “De dierenartsen in onze praktijk van buiten de familie brengen een frisse kijk, dat is gezond. Ik ben echt trots op ons hele team dat fijn samenwerkt.”

Mark beproeft conditie en kracht op de Weissensee

Dat stapje extra doen zit wel degelijk in de genen. De hele familie is sportief en algehele mentaliteit is proberen zo ver te gaan als je kan. Beide broers zijn fanatieke sporters die de lat hoog leggen, Mark met het rijden van de alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee, en Frank is niet voor niets in 1991 als sportman van de universiteiten in België uitgeroepen. Beide broers zijn actief in het sociale leven in IJzendijke. Frank kon als commissaris en bestuurslid van de Rabobank wat betekenen voor de streek en probeert op de achtergrond evenementen zoals Weitjerock te adviseren. Mark zet zich in voor de folkloristische dag en de trekpaardenkeuring in IJzendijke, waar hij onder andere de wedstrijden ringrijden en sjezenrijden verslaat.

Frank fietst regelmatig een rondje

Hebben de dierenartsen zelf dieren? Mark wel: “Een Maltezer, Puk, een machtig mooi hondje. Zijn moeder, uit een opvangsituatie, kwam op spreekuur met een dikke buik en bleek zwanger. Oei, dat was er niet bij gezegd. Wat nu? Mijn juichende dochters hielpen me: ‘Wij weten wel een plekje voor een pupje!’” Frank houdt het bij de koikarpers in de vijver in zijn tuin. Met het werk – zijn partner Marieke is ook dierenarts – en drie jonge kinderen is dat al heel mooi.

 

Gepubliceerd in Via Vivo Magazine, editie 26 pagina 23

De bevlogen streekverteller

Of hij nu in Watervliet, in Maldegem of in Brugge loopt, hij wordt begroet met “Hee Sies!”. Er zijn meer mensen die hem zo kennen dan met zijn eigen naam, Norbert. Norbert de Coster blijkt stiekem een beroemdheid in Meetjesland en ook de Zeeuws-Vlamingen beginnen hem te kennen. Als Sies dus. Paster Sies.

Pastoor Franciscus Sonneville, ofwel Paster Sies was van 1918 tot 1946 pastoor in het Vlaamse Watervliet, vlakbij de Zeeuws-Vlaamse grens. Hij was een legendarische figuur. De “fratsenmaker” was duivenmelker, een bevlogen jager en stroper, dronk graag een glaasje en was “een echte volksmens”. In de achtentwintig jaar dat hij pastoor was heeft hij een onuitwisbare indruk achtergelaten die nu nog in leven wordt gehouden door Norbert en Eddy van Hecke. Als Paster Sies geven zij rondleidingen door Watervliet en vertellen interessante feiten en grappige waargebeurde anekdotes op plaatsen waar hij iets beleefd heeft. Het boek van Jozef de Paepe over Sies en mensen die Sies nog gekend hebben zijn hiervan de bron.

Met de pastoorsmantel aan kruipt Norbert in de huid van Paster Sies. Hij ìs Paster Sies. Als we erachter komen dat hij heel zijn leven al meegedaan heeft aan toneel en als toneelspeler en verteller heel Vlaanderen door heeft getrokken, dan begrijpen we waarom hem dat zo makkelijk afgaat. “Ik ben altijd een verteller geweest”, legt de 74-jarige technisch oud-leraar uit met een twinkeling in zijn ogen. “Vertellen heeft mij altijd aangetrokken.” Norbert is nogal eens in de prijzen gevallen. Voor zijn rol als Paster Sies heeft hij samen met Eddy de cultuurprijs in ontvangst mogen nemen. Vertellen deed en doet hij overal, op toneel, of festivals en op scholen. Kinderen hangen aan zijn lippen als hij vertellingen doet in de klas.

Pier de Peurder

De rondleiding als Paster Sies door Watervliet is niet de enige rondleiding die Norbert doet. Hij is ook gids aan de Oostpolderkreek van Sint-Laureins. Daar staat hij in de schoenen, of beter gezegd in de lieslaarzen van Pier de Peurder, een palingstroper. Met veel verve vertelt hij op de speciaal ingerichte belevingsplek ‘Paling in ’t groen’ over de palingvangst en palingstroperij uit het verleden en legt hij de levenscyclus van de paling uitgebreid uit. Ook neemt hij zijn gasten mee naar het water om te zien of er toevallig een paling gevangen is. Na het nuttigen van een neutje is het voor niemand meer moeilijk om mee te zingen met het Sentse palinglied.

Norbert heeft samen met zijn vrouw gegidst in het Godshuis in Sint-Laureins. En hij rijdt wel eens mee met een huifkartocht, waarbij hij van alles vertelt over de streek. “Ik heb zo overal een verhaal. Mensen luisteren dan geboeid”. Toneelspelen, dat zit er niet meer in. Maar vertellen, dat blijft hij nog even doen.

Paster Sies: Plattelandscentrum Meetjesland, reserveringen info@plattelandscentrum.be
Pier de Peurder: Dienst Toerisme Sint-Laureins, reserveringen dienstvrijetijd@sint-laureins.be

Tijdens de rondleiding wordt uiteraard de plek aangedaan waar Paster Sies werkte, de kerk. In het jaar 1504 stuurde Filips de Schone, graaf van Vlaanderen, ridder Hiëronymus Lauweryn naar Watervliet. Lauweryn dijkte de omliggende polders in, verleende Watervliet stadsrechten en liet een begin maken aan de bouw van de kerk. Watervliet was een rijke gemeente en de bouw van de kerk trok door de jaren heen heuse kunstenaars aan die het interieur verfraaiden met marmeren zuilen aan het altaar, een waardevol drieluikschilderij en imponerend houtsnijwerk met als pronkstuk de preekstoel. De beste organisten van heel de streek kwamen concerten geven op het imposante orgel. Met zoveel pracht en praal kreeg de kerk in de jaren 1900 de naam “Kathedraal van het Noorden”. Vanwege de historische en culturele waarde is de kerk van Watervliet een bezoek meer dan waard.

Gepubliceerd in Via Vivo Magazine, editie 25 pagina 45